Sankt-Vith en de Oostkantons

Sankt-Vith (provincie Luik, Duitstalige Gemeenschap, ruim 9000 inwoners), is een schilderachtig stadje dat al in de 13de eeuw stadsrechten verwierf. De stad ligt in een woudrijke omgeving (500 ha bos), 450 à 500 meter boven de zeespiegel, aan de rivier de Our.
De gemeente (fusie met Recht, Schoenberg, Lommersweiler en Crombach) grenst in het oosten aan de Bondsrepubliek Duitsland (Rheinland-Pfalz), in het zuiden aan de gemeente Burg-Reuland, in het westen aan Gouvy en Vielsalm), in het noorden aan
Stavelot, Trois-Ponts, Malmedy, Amel en Büllingen.
St.-Vith is vooral bekend om het zomer- en wintertoerisme (langlauf en alpine), de schitterende landschappen, unieke panorama’s en eindeloze wandelmogelijkheden.
In de recente geschiedenis heeft de stad een bewogen parcours afgelegd : tot 1795 behoorde de gemeente tot het Hertogdom Luxemburg; van 1795 tot 1814 behoorde ze tot het Frans departement van de Ourthe; van 1814 tot 1919 verhuisde ze naar Pruisen als deel van de Rijnprovincie; vanaf 1920 werd St.-Vith deel van het Koninkrijk België, echter met een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog (annexatie door Duitsland) !!

Tijdens het Von Rundstedtoffensief werd de stad bijna geheel verwoest maar nadien opgebouwd in de steen van de streek.  De mensen spreken er Duits.

De Boskar bevindt zich op 8 km van St.-Vith-stad, vlak aan de Belgisch-Duitse grens, op de oever van de rivier de Our, in een natuuroase.

Onder de Oostkantons wordt verstaan : de kantons Eupen, Malmédy en Sankt-Vith, in het arrondissement Verviers en het oosten van de provincie Luik. Ze tellen ca. 800.000 inwoners en werden bij de vrede van Versailles in 1919 van Duitsland (Pruisen) afgenomen en aan België toegewezen. Van 1940 tot begin 1945 waren ze echter opnieuw Duits grondgebied.
Er zijn elf gemeenten : negen ervan vormen het Duits taalgebied in België (met faciliteiten voor franssprekenden); de overige twee (Malmédy en Weismes) behoren tot het Franse taalgebied (met een beschermde Duitse minderheid).